Henny Struik stelt in het boek ‘Niet ongevoelig’ (over vrouwen met autisme) dat veel vrouwen met autisme ten onrechte een andere diagnose krijgen, zoals borderline. Volgens haar missen de diagnostici van de GGZ veel te vaak de diagnose autisme bij vrouwen, omdat ze bij autisme aan een mannelijke stoornis denken. Bovendien ziet autisme er bij vrouwen anders uit dan bij mannen.
Voor een stukje zou Struik gelijk kunnen hebben, maar voor een ander deel pakt ze haar verhaal ook weer te massief op. Ze lijkt veel te veel vanuit het autisme te willen verklaren. Maar het is niet óf-óf, veel vaker is het én-én. Maar daarbij kan het wel best eens zo zijn dat er inderdaad in de vroege jeugd sprake was van autistische kenmerken.
Doordat de omgeving onvoldoende ingesteld was op het autisme ontwikkelde zich vervolgens een persoonlijkheidsstoornis. Of depressieve kenmerken of een burn-out als gevolg van overvraging.
Henny Struik noemt bijvoorbeeld een vrouw die van jongs af aan het gevoel had dat ze geadopteerd was. Ze hoorde er niet echt bij. Alsof ze een vreemde was in het gezin.
Een andere mevrouw kan tot in detail allerlei jeugdherinneringen vertellen. Mensen met autisme hebben vaak een fotografisch geheugen dat veel verder terug gaat dan bij andere mensen. Iemand met autisme kan soms dingen vertellen van wat er gebeurde op 2½ jarige leeftijd, zonder dat dit verhaal gekleurd is door verhalen van anderen. Mensen zonder autisme weten die gebeurtenissen niet, of ze hebben het van horen zeggen en kleuren het vervolgens als hun eigen ervaring in.
Of de mevrouw die minitieus over geuren kan vertellen. Ze heeft daarnaast buitengewoon scherp gehoor. Iedere nacht wordt ze om 03.20 wakker van een goederentrein die het dorp passeert.
Bij al deze vrouwen waren en zijn enkele kenmerken van autisme aanwezig. Maar ze hebben in de hulpverlening een andere diagnose gekregen. Vreemd is dat niet. Zo kun je bij de eerste mevrouw ook denken aan een hechtingsstoornis. Of aan een schizotypische ontwikkeling.
Mensen met een ijzersterk geheugen hebben ook een probleem. Je kunt maar beter af en toe wat vergeten. Want deze mensen hebben de neiging om alles (maar ook: iedereen) onder controle te houden. Dat kan leiden tot trekken van borderline.
Kijk je op een ontwikkelingsdynamische manier naar deze ontwikkeling, dan zie je kwetsbare kinderen (met trekken die bij autisme passen), die een speciale omgeving nodig hebben. Maar de gemiddelde omgeving is niet zo speciaal. Het gevolg is dat ze in hun ontwikkeling vastlopen, met bijvoorbeeld naast hun autisme een persoonlijkheidsstoornis, een depressie, een hechtingsstoornis, enzovoorts.
Het is dus én-én, en niet óf-óf.